Indexering van alimentatie, hoe werkt dit precies?

29 oktober 2017

Ieder jaar stelt de Minister van Justitie een percentage vast waarmee de kinderalimentatie en de partneralimentatie verhoogd moeten worden. Deze verhoging (de wettelijke indexering) zorgt ervoor dat alimentatie waardevast blijft. De wettelijke indexering is gekoppeld aan de gemiddelde stijging van de salarissen en het prijsniveau in Nederland.

Op grond van de wet verplicht
Deze verhoging van de alimentatie vindt ‘van rechtswege’, oftewel automatisch plaats. Hierover hoeven geen nieuwe afspraken gemaakt te worden.

Welke verhoging moet je toepassen?
Het indexeringspercentage voor 2018 is vastgesteld op 1,5%. Dit betekent dat de alimentatie vanaf 1 januari 2018 met 1,5% wordt verhoogd. Voor 2017 werd het indexeringspercentage op 2,1% vastgesteld (toe te passen per 1 januari 2016), en voor 2016 ging het om een verhoging met 1,3% (toe te passen per 1 januari 2016). Voor eerdere jaren zijn de percentages terug te vinden op de website van het LBIO (www.lbio.nl).

De verhoging geldt overigens niet alleen bij alimentatie die door de rechter werd vastgesteld, maar ook bij alimentatie die in onderling overleg is overeengekomen.

Hoe werkt het precies?
Je vraagt je misschien af: vanaf welk jaar moet deze indexering voor het eerst worden toegepast, en welke indexering geldt er precies?

Dat hangt allereerst af van de tekst in het echtscheidingsconvenant of het ouderschapsplan. Het is namelijk mogelijk om in onderling overleg af te wijken van de wettelijke indexering. Misschien hebben jullie de wettelijke indexering uitgesloten. Of misschien zijn jullie een andere wijze van indexering van de alimentatie overeengekomen. Heeft de rechter de indexering niet uitgesloten, of zijn er geen afwijkende afspraken gemaakt (of zijn er in het geheel geen afspraken over de indexering gemaakt), dan geldt de wettelijke indexering.

Belangrijk: wanneer deed de rechter uitspraak?
De wettelijke indexering moet worden toegepast vanaf de datum waarop de rechter uitspraak heeft gedaan, ook als de betaling van alimentatie pas later of al eerder ingaat. Dat leg ik graag met twee voorbeelden uit:

1. Stel dat de rechter op 28 december 2016 uitspraak heeft gedaan, en in die uitspraak staat dat de vader met ingang van 1 februari 2017 aan kinderalimentatie een bedrag van € 300,00 moet betalen, dan moet die kinderalimentatie al meteen worden geïndexeerd met het percentage dat per 1 januari 2017 geldt (2,1%). Met ingang van 1 februari 2017 zal € 306,30 moeten worden betaald.

2. En als de rechter op 1 februari 2017 uitspraak heeft gedaan, en in die uitspraak is bepaald dat de vader met terugwerkende kracht met ingang van 28 december 2016 aan kinderalimentatie een bedrag van € 300,00 moet betalen, dan zal deze bijdrage pas per 1 januari 2018 moeten worden geïndexeerd.

Let op de verjaringstermijn
Wacht overigens niet te lang met het vorderen van de verhoging op grond van de wettelijke indexering. Er geldt namelijk een verjaringstermijn van vijf jaar.