Tijdens huwelijksreis overlijdt echtpaar kort na elkaar; wie erft van de vrouw?

4 juni 2020

Een bijzondere erfrechtzaak die de afgelopen weken (opnieuw) in het nieuws is geweest, is de volgende.

Op 1 juni 2016 zijn een man en een vrouw uit Voorburg in het huwelijk getreden (in algehele gemeenschap van goederen). Ze vertrokken een dag later op huwelijksreis naar de Dominicaanse Republiek.

Op één van de vakantiedagen hebben de man en de vrouw overdag een excursie gemaakt naar het eiland Saona. Bij terugkomst in het hotel hebben zij in de avond in het restaurant van het hotel gegeten, waarna zij naar hun hotelkamer zijn gegaan. Vanuit hun hotelkamer hebben zij rond 23.00 uur de receptie gebeld en verteld dat zij zich beiden ziek voelden. Gedurende de nacht is hun conditie verslechterd. Dit heeft ertoe geleid dat zij de volgende ochtend vanuit het hotel naar het ziekenhuis zijn vervoerd. Als gevolg van een vermoedelijke voedselvergiftiging zijn zij op de zelfde dag, kort na elkaar, in het ziekenhuis overleden. De vrouw is als eerste overleden, en ongeveer 23 minuten later overleed de man. Geen van beiden had een testament opgesteld. Ze hadden geen kinderen.

Al snel ontstond tussen de familie van de man en de familie van de vrouw een discussie over de nalatenschap van de vrouw. De vraag is wie erfgenaam is van de vrouw: is dat de familie van de man (via de man als langstlevende) of is dat de familie van de vrouw?

Op grond van artikel 4:10 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek is de man -als langstlevende echtgenoot- de erfgenaam van de vrouw. De familie van de vrouw is dus geen erfgenaam.

Maar de Rechtbank Den Haag oordeelde in eerste instantie dat deze wettelijke bepaling buiten toepassing moet worden gelaten. De Rechtbank oordeelde op grond van een ander wetsartikel, namelijk artikel 6:2 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid) dat bij de erfrechtelijke afwikkeling moet worden uitgegaan van gelijktijdig overlijden (vonnis d.d. 16 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2020:891). Ondanks dat de vrouw iets eerder was overleden dan de man en dit ook vast te stellen was.

In hoger beroep komt het Gerechtshof Den Haag tot een andere beslissing (arrest d.d. 12 mei 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:891):

Het is duidelijk dat wat de man en de vrouw is overkomen, zeer schrijnend is en dat het leed van hun nabestaanden onbeschrijflijk groot moet zijn. Dit staat los van de (juridische) vraag of er ruimte is om de bepaling niet toe te passen. Die ruimte is er alleen wanneer toepassing zou leiden tot (naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid) onaanvaardbare gevolgen. Daarvan is volgens het Hof in deze zaak geen sprake. Het Hof past, anders dan de rechtbank, de bepaling daarom wel toe. Het hof vernietigt dan ook de uitspraak van de rechtbank en verklaart voor recht dat de man de erfgenaam is van de vrouw. Het hof beseft dat dit geen makkelijke boodschap is voor de familie van vrouw. Het hof vindt het daarom belangrijk om zijn beslissing aan de familie van de vrouw zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Het Hof overweegt dat alleen onder uitzonderlijke omstandigheden kan worden afgeweken van het erfrecht zoals beschreven in het Burgerlijk Wetboek. Het Hof vindt dat daarvan geen sprake is in deze zaak. Het is niet uitzonderlijk dat de man en de vrouw mogelijk niet hadden nagedacht over het kort na elkaar overlijden en de juridische gevolgen daarvan. Daarnaast heeft de wetgever een vergelijkbare situatie als die van deze man en vrouw nadrukkelijk bekeken en heeft de wetgever ervoor gekozen de wet daarvoor niet aan te passen. Ook speelt zeker bij het erfrecht het beginsel van rechtszekerheid een belangrijke rol. Mede gelet hierop vindt het Hof dat het niet onaanvaardbaar is dat het vermogen van de vrouw (via de nalatenschap van de man) terechtkomt bij de erfgenamen van de man. Kortom de erfgenamen van de man erven niet alleen zijn nalatenschap, maar ook de nalatenschap van de vrouw komt aan hen toe.

Uit een artikel van 13 mei 2020 in het AD (https://www.ad.nl/den-haag/erfenis-op-huwelijksreis-overleden-michou-en-jeroen-gaat-naar-nabestaanden-bruidegom~a595ec2a/) blijkt dat de twee families inmiddels niet meer goed door één deur kunnen. Dat is jammer. Of de zaak aan de Hoge Raad zal worden voorgelegd is nog niet bekend.